Voor Bente de Jager uit Breda is stilstaan nooit echt een optie geweest. De 100 meter is haar favoriete onderdeel, maar haar drijfveer gaat veel verder dan alleen sneller willen lopen dan de rest. Ze wil vooral ontdekken hoe ver ze zelf kan komen. Niet door zich te vergelijken met anderen, maar door iedere keer een stukje beter te worden dan het jaar ervoor.

Van turnen naar de atletiekbaan


Sporten wilde ze altijd al. Haar broer deed atletiek en schaatsen, haar ouders waren sportief en vriendinnen op school deden aan turnen. Dus toen zij een proefles turnen mocht volgen, leek de keuze snel gemaakt. Ze vond het hartstikke leuk. Maar, als ze wilde turnen moest ze van haar ouders ook wel een keer atletiek proberen.

Dat bleek achteraf een slimme zet te zijn.

Op de atletiekbaan in Oosterhout was Bente namelijk meteen verkocht. “Ik was zo blij, de tijd vloog voorbij.” Het was vooral de combinatie van spelletjes, rennen én winnen dat haar aansprak. De turnmat verdween uit haar hoofd en de atletiekbaan kwam ervoor in de plaats.

In het begin was atletiek vooral leuk en vrijblijvend. Eén keer per week trainen en in het weekend werd soms uit het niets aangekondigd dat ze mee ging doen aan een wedstrijd. Waar ze precies naartoe ging en wat ze daar moest doen? Geen flauw idee. Het maakte ook allemaal niet zoveel uit. Ze vond het gewoon leuk.

Naarmate Bente ouder werd, veranderde dat vanzelf. Op de middelbare school kwamen selectietrainingen en scouts op haar pad en deed ze nog zevenkamp. De trainingen werden intensiever en langzaam begon ze zich te specialiseren. Rond haar veertiende kwam er een einde aan haar meerkampperiode en richtte ze zich op de sprint en het verspringen.

Na een korte pauze koos ze rond haar achttiende uiteindelijk volledig voor de sprint. Toentertijd kreeg ze haar loopschema van een trainer en deed ze zelf haar krachttraining. Ze had behoefte aan één plek waar alles samenkwam, dat vond ze bij atletiekvereniging Sprint in Breda. Inmiddels voelt die plek echt als haar eigen thuisbasis. En hoewel haar sportieve ontwikkeling haar op verschillende banen heeft gebracht, heeft Scorpio nog altijd een speciaal plekje in haar hart.

Sport zit in de familie


Dat haar leven inmiddels zo sterk om sport draait, voelt voor Bente eigenlijk heel natuurlijk, ze is er nou eenmaal mee opgegroeid. Sport, goed voor je lichaam zorgen, gezond eten en voldoende slapen, dat hoorde bij de Familie de Jager bij het dagelijks leven.

Haar vader deed zelf atletiek en was voor Bente lange tijd een soort wandelende atletiekencyclopedie. “Als hij meeging, wist ik dat alles goed ging komen.” Hij stond langs de baan, ging mee naar wedstrijden, moedigde haar aan en regelde ondertussen ook alles wat praktisch geregeld moest worden. Zijn enthousiasme werkte aanstekelijk.

Bente en vader

Foto: TPJ Verhoeven Photography

Haar moeder was minder betrokken bij de atletiek zelf, maar haar steun was minstens zo belangrijk. Zij liep zelf langere afstanden en zorgde thuis voor een andere balans. Waar haar vader meer gericht was op de prestaties, leerde haar moeder haar juist hoe ze er ook van moest genieten.

Die balans ziet Bente ook terug in haar ouders als team. Ze doen veel samen en vullen elkaar aan. En misschien is dat precies wat ervoor heeft gezorgd dat prestatie bij Bente nooit als druk vanuit huis heeft gevoeld. Haar vader stimuleert haar vooral omdat hij wil helpen, niet omdat ze iets móét bewijzen.

Ook haar broer en zusje hebben hun sporen nagelaten. Haar broer schaatste op nationaal niveau en liet haar van dichtbij zien dat topsport niet alleen uit mooie prestaties bestaat, maar ook uit struggles en leren omgaan met teleurstellingen. Haar jongere zusje deed eveneens atletiek. Als kind keek zij tegen Bente op en wilde ze graag hetzelfde doen. Uiteindelijk koos ze haar eigen weg. Minder competitief, meer haar eigen ding. En dat was eigenlijk ook precies goed.

Bente is inmiddels ouder en leidt haar eigen leven. Haar ouders staan niet meer bij iedere training of wedstrijd langs de baan, maar als ze kunnen, zijn ze er. En als ze er niet zijn, wordt er nog altijd gebeld. Een wedstrijd wordt geëvalueerd met haar vader, die precies begrijpt wat er op de baan gebeurt. Haar moeder neemt ondertussen vooral het sociale deel voor haar rekening.

De steun is veranderd, maar nooit verdwenen. En daar is Bente dankbaar voor.

Een agenda voor alles


Topsport combineren met de rest van je leven vraagt ondertussen wel om iets meer planning dan vroeger, toen haar ouders haar op het laatste moment vertelde dat ze een wedstrijd had. Bente plant haar hele week op zondagavond. Niet digitaal, maar gewoon met een papieren agenda. Eerst komen de trainingen erin, daarna haar werk, studie en alle andere afspraken die overdag moeten gebeuren.

Vijf dagen per week traint ze. Een training duurt meestal twee tot drie uur en alles daarvan wordt bijgehouden in een logboek. Overdag draait het om werken, studeren en goed eten. ’s Avonds staat de atletiekbaan op de planning.

Dat vraagt om keuzes. Niet alleen in wat je doet, maar ook in wat je níét doet.

Op haar twee rustdagen probeert Bente tijd te maken voor familie en vrienden. En ook rust staat letterlijk in haar agenda. Dat kan betekenen dat ze een boek leest, een serie kijkt, gitaar speelt of gewoon even iets voor zichzelf doet.

Haar omgeving weet inmiddels dat die rustmomenten net zo goed onderdeel zijn van haar leven als de trainingen. Want topsport betekent niet vijf dagen per week alleen maar harder, sneller en beter. Soms betekent het juist even helemaal niets.

De baan als uitlaatklep


En misschien is dat wel één van de mooiste dingen aan sport voor Bente: hoe vanzelfsprekend het soms als uitlaatklep werkt. Ze kan op de fiets naar de atletiekbaan stappen terwijl ze zich helemaal niet goed voelt. Maar ze weet inmiddels dat ze zich beter voelt als ze weer naar huis fietst.

“Als ik in beweging kom doet dat iets met me.”

Dat betekent overigens niet dat iedere training ontspannen verloopt. Bente kan behoorlijk gefrustreerd raken als iets niet lukt. Vroeger kon een mislukte poging ook eindigen in boosheid of tranen. Inmiddels heeft de sport haar geleerd daar anders mee om te gaan, het is overigens niet zo dat dat altijd lukt hoor.

Die lessen neemt ze ook mee buiten de atletiekbaan. Tegenslagen in het dagelijks leven kunnen nog steeds lastig zijn, maar ze weet inmiddels dat ze soms een stapje terug mag doen. Dat iets niet vandaag lukt, betekent niet automatisch dat het nooit gaat lukken. En dat klinkt misschien eenvoudig, maar het is een behoorlijk proces geweest om dat daadwerkelijk te leren.

Op de baan hoeft bovendien niet altijd gepraat te worden. Iedereen is bezig met zijn eigen trainingen en eigen doelen, het is fijn dat de groep bestaat uit sporters die net als zij werk en studie combineren met topsport.

Toch kunnen juist de kleine momenten of conversaties met anderen veel betekenen. Een korte interactie, een grapje of gewoon samen trainen kan soms precies genoeg zijn om een zware dag wat lichter te maken.

De atletiekbaan is daarmee niet alleen de plek waar Bente sneller probeert te worden. Het is ook een plek waar ze haar hoofd leeg kan maken.

Niet sneller dan een ander, maar sneller dan jezelf


En dat is uiteindelijk ook de manier waarop Bente naar haar sport kijkt. Ze vergelijkt zichzelf liever niet met andere atleten. Iedereen heeft immers een ander leven, een ander lichaam en andere omstandigheden.De enige eerlijke vergelijking vindt ze met zichzelf.

“Wat kan ik? Dát is mijn drijfveer om beter te worden.”

Die intrinsieke motivatie is belangrijk voor haar. Niet omdat iemand anders sneller is, niet vanwege een medaille of een tijd die een ander van haar verwacht, maar omdat ze zelf wil uitzoeken hoe ver ze kan komen.

Dat maakt haar huidige prestaties soms nog altijd een beetje onwerkelijk. Ze loopt inmiddels tijden waarvan ze vroeger droomde. Tijden waarvan ze ooit dacht: ik hoop dat ik dat ooit kan. En nu staan ze gewoon op de klok. Daar moet ze zichzelf soms bewust aan herinneren.

Want tegelijkertijd went het ook snel. Zodra een droom werkelijkheid wordt, ontstaat er alweer een nieuwe droom. Ze wil sneller. Sterker. Beter. Maar ze wil ook trots blijven op waar ze nu staat. En die twee gevoelens kunnen prima naast elkaar bestaan.

Misschien is dat juist haar grootste ontwikkeling: niet alleen leren hoe ze harder kan lopen, maar ook leren om stil te staan bij hoe ver ze al gekomen is.

De volgende stap


Het seizoen is zo goed voorbij, maar Bente is nog niet klaar. In september staat het NK Teams op het programma, de hoogste divisie in Nederland. Vorig jaar eindigde haar team als zevende en gingen de beste zes door. Dit jaar is het dus zaak om een plekje hoger te eindigen.

Daarna begint het echte werk alweer richting het indoorseizoen, met de 60 meter als belangrijk doel. Een trainingsblok waarin ze sterker en sneller wil worden en extra aandacht besteedt aan de zwakke plekken in haar lichaam.

Haar huidige persoonlijk record voor de 60 meter staat op 7,85 seconden. De volgende grens? De 7,7.

En op de 100 meter durft ze inmiddels voor het eerst hardop uit te spreken wat ze wil: onder de twaalf seconden. Haar persoonlijk record staat op 12,21.

Een ambitieus doel, maar niet eentje die uit de lucht komt vallen. Na een jaar vol ervaringen, trainingen, wedstrijden en evaluaties wil Bente vooral kijken waar ze nog beter kan worden. Waar kan ze winst pakken? Waar kan haar lichaam nog naartoe?

De vraag is uiteindelijk niet hoe snel een ander loopt. De vraag is hoe snel Bente zelf kan worden.

En dat is precies waarom haar verhaal zo mooi is. Ze begon ooit met een proefles turnen omdat haar vriendinnen dat ook deden. Haar ouders stuurden haar vervolgens voor de zekerheid nog even naar atletiek. Inmiddels is die atletiekbaan haar plek geworden. Van één training per week naar vijf dagen topsport. Van wedstrijdjes waarvan ze vroeger nauwelijks wist wat ze ging doen naar dromen die inmiddels daadwerkelijk op de klok staan.

En eigenlijk maakt het niet uit hoe groot de ambities zijn, uiteindelijk is haar drijfveer om het maximale uit zichzelf te halen.

Steeds een beetje beter dan vorig jaar.

En ondertussen ook af en toe even beseffen hoe bijzonder het is dat die oude droom inmiddels gewoon werkelijkheid is.